KVB1 › Lichten & dagmerken
Bijzondere schepen
Vissers, slepers, duwstellen en beperkt manoeuvreerbaren.
Naast de standaardverlichting voor motor- en zeilschepen kent het BPR een reeks extra tekens voor schepen die bijzondere status hebben: ze zijn aan het slepen, kunnen niet uitwijken, vervoeren gevaarlijke stoffen, of liggen stil. Deze tekens vertellen jou hoe je je moet gedragen ten opzichte van dat schip.
Slepers (art. 3.09 BPR)
Een schip dat een ander schip sleept voert speciale tekens — zowel het slepende als het gesleepte schip.
Overdag:
- Slepend schip: gele cilinder verticaal op het voorschip, met zwart-witte banden aan boven- en onderzijde
- Gesleept groot schip: een gele bol op het voorschip
's Nachts (slepend motorschip):
- Boordlichten, een geel heklicht (niet wit zoals normaal!), en twee toplichten boven elkaar op het voorschip
- Bij meerdere assisterende slepers: drie toplichten in plaats van twee
's Nachts (gesleept schip in de sleep):
- Wit rondom schijnend licht
- Het schip dat de laatste lengte van de sleep vormt: ook een wit heklicht
Maak deze fout niet
twee witte toplichten boven elkaar associëren met "groot motorschip". Een groot motorschip mag facultatief een tweede toplicht voeren, maar bij een sleper zijn die twee toplichten verplicht en is het gele heklicht het beslissende kenmerk.
Duwboten en gekoppelde samenstellen
Duwstel (art. 3.10 BPR) — een duwboot achterop met een of meer duwbakken voorop:
- Drie toplichten in een driehoek op de voorste duwbak aan bakboord
- Eén toplicht op de andere duwbak (3 m lager dan het hoogste)
- Op de duwboot zelf: drie heklichten naast elkaar
Gekoppeld samenstel (art. 3.11 BPR) — twee of meer schepen naast elkaar vastgemaakt:
- Elk schip voert zijn eigen toplicht op het voorschip
- Buitenste schepen voeren hun boordlicht naar buiten
- Heklicht op het achterschip
Maak deze fout niet
een duwstel verwarren met een gewoon groot schip. Het herkennen: drie toplichten in driehoek vooraan is uniek voor duwstellen.
Beperkt manoeuvreerbare schepen (art. 3.34 BPR)
Een beperkt manoeuvreerbaar schip kan door de aard van zijn werk niet vrij uitwijken — denk aan baggerschepen, kabelleggers, schepen die wetenschappelijke werkzaamheden uitvoeren.
Overdag: drie tekens boven elkaar: rode bol — witte ruit — rode bol.
's Nachts: drie rondom schijnende lichten boven elkaar: rood — wit — rood.
Naast deze tekens voert het schip zijn gewone verlichting volgens type. Je moet als ander schip uitwijken voor een beperkt manoeuvreerbaar schip, ook als andere voorrangsregels normaal zouden gelden.
Maak deze fout niet
rood-wit-rood verwarren met cardinaal of veilig-vaarwater. Cardinaal = zwart-geel. Veilig vaarwater = rood-wit verticaal gestreept. Beperkt manoeuvreerbaar = drie rondom-lichten rood-wit-rood, in de mast van een schip.
Onmanoeuvreerbare schepen (art. 3.18 BPR)
Een schip dat plots onmanoeuvreerbaar wordt (motor stuk, roer kapot) moet aangeven dat het geen kant op kan:
Overdag: een rode vlag waarmee in het rond gezwaaid wordt, of een rode bol op een geschikte plaats.
's Nachts: een rood licht waarmee in het rond gezwaaid wordt.
Aanvullend mag een geluidssein worden gegeven: vier korte stoten ("Ik kan niet manoeuvreren" — zie Geluidsseinen).
Maak deze fout niet
een rood licht aan een schip altijd lezen als "bakboord-boordlicht". Bij een onmanoeuvreerbaar schip wordt er met een rood licht gezwaaid — duidelijk anders dan een vast bakboordlicht.
Gevaarlijke stoffen (art. 3.14 BPR)
Schepen die bepaalde gevaarlijke stoffen vervoeren voeren bijkomende tekens, gebaseerd op gevaarsklasse:
Overdag: één, twee of drie blauwe kegels met de punt omhoog.
's Nachts: één, twee of drie blauwe rondom schijnende lichten boven elkaar.
| Aantal | Voorbeeld lading |
|---|---|
| 1 blauwe kegel/licht | Brandbare vloeistoffen (klasse 3 ADN) |
| 2 blauwe kegels/lichten | Giftige stoffen |
| 3 blauwe kegels/lichten | Explosieven |
Voor andere schepen geldt rondom een schip met blauwe tekens een veiligheidsafstand (geen open vuur, niet evenwijdig ligplaats nemen).
Maak deze fout niet
een blauw licht onderaan zien als "ik vervoer iets onschuldigs". Het tegenovergestelde — blauwe tekens betekenen dat de lading explosief, giftig of brandbaar is en je moet afstand houden.
Veerponten (art. 3.16 BPR)
Veerponten kennen twee categorieën:
Niet-vrij varend (kabelpont, gierpont):
- 's Nachts: een groen rondom schijnend licht boven een wit rondom schijnend licht
Vrij varend (niet aan kabel):
- 's Nachts: de groen-boven-wit-lichten + boordlichten + heklicht
- Heeft daarmee de set van een gewoon motorschip plus de twee rondom-lichten als veerpont-aanduiding
Veerponten hebben bijzondere voorrang — een klein schip moet voorrang verlenen aan een vertrekkende, kerende of overstekende veerpont (BPR art. 6.23).
Maak deze fout niet
denken dat een veerpont voor jou moet uitwijken omdat hij van bakboord komt. Niet zo — als de veerpont vertrekt, keert of oversteekt, moet jij uitwijken, ongeacht je positie.
Vissersschepen in bedrijf (art. 3.37 BPR)
Een vissersschip dat daadwerkelijk aan het vissen is heeft beperkte manoeuvreerruimte. Daarom:
Overdag: twee zwarte kegels boven elkaar, punten naar elkaar toe (een soort zandloper).
's Nachts:
- Bij slepende vistuig (treilen): groen rondom boven wit rondom
- Bij niet-slepende vistuig (staand want, netten zonder slepen): rood rondom boven wit rondom
Andere schepen moeten ruim baan geven aan een vissersschip in bedrijf, ook als andere voorrangsregels anders zeggen. Veel pleziervaarders zijn zich hier niet van bewust.
Maak deze fout niet
een vissersschip dat niet aan het vissen is (motorend op weg naar de visgrond) toch als bevoorrecht behandelen. Alleen als de bijzondere tekens getoond worden geldt de extra status — anders gewoon de standaard regels.
Stilliggende schepen (art. 3.20 BPR)
Een schip dat stilligt (op anker of gemeerd, niet aan de oever vastgemaakt) moet zichtbaar zijn voor passerend verkeer:
Klein schip stilliggend:
- 's Nachts: een wit rondom schijnend licht waar het best zichtbaar
- Overdag: een zwarte bol als het niet aan de oever ligt
Groot schip stilliggend (ankerlicht):
- 's Nachts: twee witte rondom schijnende lichten — één voorop, één achter (op grotere schepen)
Uitzonderingen (geen tekens nodig):
- Schip in een door de bevoegde autoriteit aangewezen vaarweg-vak
- Schip aan de oever gemeerd waar voldoende verlichting van wal is
- Schip op een aangewezen ligplaats waar tekens niet hoeven
Maak deze fout niet
denken dat een schip dat aan een steiger ligt altijd zonder ankerlicht mag liggen. Alleen als er voldoende walverlichting is mag het achterwege blijven — anders moet je wit rondom voeren.
Snel-overzicht
| Type | Overdag | 's Nachts |
|---|---|---|
| Slepend schip | Gele cilinder | 2-3 toplichten + geel heklicht |
| Beperkt manoeuvreerbaar | Rode bol — witte ruit — rode bol | Rood — wit — rood rondom |
| Onmanoeuvreerbaar | Rode bol of zwaaiende rode vlag | Zwaaiend rood licht |
| Gevaarlijke stoffen | 1-3 blauwe kegels | 1-3 blauwe rondom-lichten |
| Veerpont niet-vrij | — | Groen boven wit rondom |
| Vissersschip slepend | Twee kegels zandloper | Groen boven wit |
| Vissersschip niet-slepend | Twee kegels zandloper | Rood boven wit |
| Stilliggend klein schip | Zwarte bol (niet aan oever) | Wit rondom |
Bronnen
Gebaseerd op BPR art. 3.09 (slepen), art. 3.10–3.11 (duwstellen en gekoppelde samenstellen), art. 3.14 (gevaarlijke stoffen), art. 3.16 (veerponten), art. 3.18 (onmanoeuvreerbaar), art. 3.20 (stilliggend), art. 3.34 (beperkt manoeuvreerbaar) en art. 3.37 (vissersschepen).
Oefen 10 vragen over Bijzondere schepen
Test wat je net hebt gelezen.