KVB2 › Getijden
Regel van twaalfden
Getijhoogte op willekeurig tijdstip berekenen.
De regel van twaalfden is een vuistregel waarmee je de waterstand op elk willekeurig tijdstip tussen LW en HW kunt schatten — zonder wiskundige sinusberekeningen.
De regel zelf
De getijkromme lijkt op een sinusgolf. In de zes uur van LW naar HW (of HW naar LW) stijgt het water niet gelijkmatig — het gaat langzamer aan het begin en einde, sneller in het midden.
De regel van twaalfden verdeelt het getijverschil in twaalfde delen per uur:
| Uur na LW | Stijging (twaalfden) | Cumulatief |
|---|---|---|
| 1e uur | 1/12 | 1/12 |
| 2e uur | 2/12 | 3/12 |
| 3e uur | 3/12 | 6/12 |
| 4e uur | 3/12 | 9/12 |
| 5e uur | 2/12 | 11/12 |
| 6e uur | 1/12 | 12/12 |
Onthouden: 1 — 2 — 3 — 3 — 2 — 1. In het midden (uur 3 en 4) stijgt het water het snelst, aan de uiteinden het langzaamst.
Maak deze fout niet
de regel omgekeerd toepassen bij eb. Van HW naar LW daalt het water met precies hetzelfde patroon: 1-2-3-3-2-1 twaalfden per uur. De regel is symmetrisch — gebruik hem in beide richtingen.
Waarom werkt het zo?
De getijkromme is een sinusgolf. Als je een sinus in zes gelijke tijdstappen verdeelt, zijn de hoogteverschillen per stap precies in verhouding 1:2:3:3:2:1. De regel van twaalfden is dus geen toeval maar een benadering van de sinusfunctie.
In de praktijk is de getijkromme niet perfect sinusvormig — onregelmatigheden door de kustgeometrie, windopzet en meteorologische factoren kunnen zorgen dat de werkelijke waterstand afwijkt. Gebruik de regel als benadering, niet als exacte berekening.
Een rekenvoorbeeld
Gegeven:
- LW: 06:00, hoogte = 0,2 m boven NAP
- HW: 12:00, hoogte = 2,0 m boven NAP
- Getijverschil = 2,0 − 0,2 = 1,8 m
- 1/12 van het getijverschil = 1,8 / 12 = 0,15 m
Wat is de waterstand om 09:00? Om 09:00 is het 3 uur na LW → cumulatief 6/12 = helft van het getijverschil gestegen.
| Tijd | Uur na LW | Cumulatieve stijging | Waterstand |
|---|---|---|---|
| 06:00 | 0 | 0 | 0,2 m |
| 07:00 | 1 | 1/12 = 0,15 m | 0,35 m |
| 08:00 | 2 | 3/12 = 0,45 m | 0,65 m |
| 09:00 | 3 | 6/12 = 0,90 m | 1,10 m |
| 10:00 | 4 | 9/12 = 1,35 m | 1,55 m |
| 11:00 | 5 | 11/12 = 1,65 m | 1,85 m |
| 12:00 | 6 | 12/12 = 1,80 m | 2,00 m |
Praktische toepassing
De meest voorkomende toepassingen op het examen en in de praktijk:
Vraag 1 — Kan ik een ondiepte passeren?
- Dieptegetal op kaart (t.o.v. LAT): bijv. 1,2 m
- Waterstand boven LAT op het tijdstip van passeren: bereken met regel van twaalfden
- Werkelijke diepte = dieptegetal + waterstand
- Controleer: werkelijke diepte ≥ diepgang + veiligheidsmarge (minimaal 0,3 m)
Vraag 2 — Wanneer heb ik voldoende water?
- Bereken de minimale waterstand boven LAT die je nodig hebt
- Bereken welke tijdstap (uur na LW) dat bereikt wordt
- Zet om naar kloktijd
Aandachtspunten
- De tijduur is niet altijd precies 6 uur — gebruik de werkelijke tijdsduur LW→HW en deel in zes gelijke delen als die sterk afwijkt
- Bij een tijduur van 6 uur en 12 minuten kun je gewoon rekenen met 6 uur; de fout is minimaal
- Het dieptegetal op de kaart is t.o.v. LAT, niet t.o.v. NAP. Controleer wat het referentievlak is op de kaart die je gebruikt
- In havens en op rivieren kan neerslag en afvoer de waterstand verstoren — de regel van twaalfden geldt alleen voor zuiver getij-gedreven situaties
Maak deze fout niet
vergeten dat dieptegetallen op de kaart ten opzichte van LAT zijn, terwijl getij-tabelwaarden ten opzichte van NAP staan. Je moet weten hoe LAT en NAP zich verhouden voor de betreffende locatie om de juiste waterstand boven LAT te berekenen.
Bronnen
Gebaseerd op ANWB KVB2-cursusmateriaal en standaard getijberekening voor de Nederlandse kustwateren.
Oefen 2 vragen over Regel van twaalfden
Test wat je net hebt gelezen.