Stuurboord

KVB2Getijden

Stroomatlas & bovenstroomse koers

Stroomsetting, stroomsnelheid en koers-correctie.

De stroomatlas vertelt je hoe sterk en in welke richting het water stroomt. In combinatie met de stroomdriehoek bepaal je de koers die je moet varen om je bestemming te bereiken — ook als de stroom je opzij duwt.

Wat is een stroomatlas?

Een stroomatlas is een reeks kaartjes (per uur of per halve getijperiode) die voor elk gebiedsblok de stroomrichting (pijl) en stroomsnelheid (in knopen) tonen op een bepaald tijdstip ten opzichte van hoog- of laagwater.

De meest gebruikte stroomatlas voor Nederlandse wateren is die van de ANWB. De kaartjes lopen van 6 uur voor HW tot 6 uur na HW (of uitgedrukt als −6 t/m +6 uur t.o.v. HW Hoek van Holland).

Elke pijl op het kaartje geeft:

  • Richting van de stroombeweging
  • Snelheid bij doodtij (kleinere waarde) en bij springtij (grotere waarde), in knopen naast de pijl

HP-tijden — Hoek van Holland als referentie

De stroomatlas gebruikt als tijdreferentie het HW-tijdstip van Hoek van Holland (HP = Hoofdplaats). De stappen heten:

  • HW −5 = 5 uur voor HW Hoek van Holland
  • HW 0 = op het moment van HW Hoek van Holland
  • HW +3 = 3 uur na HW Hoek van Holland

Procedure:

  1. Zoek het HW-tijdstip van Hoek van Holland op in de getij-tabel (standaard gegeven op het examen)
  2. Bepaal hoe laat je de stroomgegevens wilt weten
  3. Bereken het tijdsverschil: bijv. je vaart om 10:00, HW is om 08:30 → je bent op HW +1,5 uur → gebruik het kaartje voor HW +2 als benadering
  4. Lees de stroomrichting en snelheid af op jouw positie op de kaart

Maak deze fout niet

de stroomatlas-tijden vergelijken met de HW-tijd van je eigen locatie in plaats van Hoek van Holland. De atlas is geijkt op Hoek van Holland — gebruik altijd de HP-tabel, niet de correctietabel voor een andere locatie.

Bovenstroomse koers — koersen om stroom te compenseren

Als er stroom staat, moet je een bovenstroomse koers varen: je richt het schip schuin tegen de stroom in zodat je resulterende koers over de grond (KOG) recht naar je bestemming wijst.

Constructie van de stroomdriehoek op de kaart:

  1. Trek de bestemmingslijn van A naar B (dit is de gewenste KOG)
  2. Teken de stroomvector: vanuit vertrekpunt A een pijl in de stroomrichting, met lengte = stroomsnelheid × reistijd
  3. Teken de vaartcirkel: vanuit het einde van de stroomvector een cirkel met straal = vaart van het schip × reistijd
  4. Snijpunt van de cirkel met de bestemmingslijn = eindpunt van de eigenkoers-vector
  5. De eigenkoers-vector (van A naar dat snijpunt) geeft de te varen koers (WK)

De afstand van A naar het snijpunt op de bestemmingslijn is de afstand over de grond in de gekozen reistijd.

Trucs bij de constructie

  • Kies een handige tijdseenheid: werk met 1 uur of soms met de volledige reistijd
  • Controleer of de vaartcirkel de bestemmingslijn snijdt: als de stroom te sterk is, bereik je de bestemming niet in rechte lijn — je moet een omweg of wachten
  • Als de stroom precies dwars staat, is de correctiehoek maximaal
  • Als de stroom precies achter of voor staat, verandert de snelheid maar niet de koers

Maak deze fout niet

de stroomdriehoek "op gevoel" inschatten en niet tekenen. Zelfs een halve graad koersfout bouwt zich op tot een significante positie-afwijking over langere afstanden. Teken de driehoek altijd op de kaart.

Ebstroom vs. vloedstroom — let op de richting

Vloedstroom loopt bij vloed (stijgend water) — langs de Nederlandse kust meestal noordoost of oost richting (van zee naar land en langs de kust).

Ebstroom loopt bij eb (dalend water) — terug naar zee, dus grotendeels zuidwest of west.

Maar let op: de kentering (omslag van vloed naar eb of andersom) vindt niet overal tegelijk plaats. In havens, inhammen en estuaria kan de kentering 30–60 minuten later zijn dan op de open zee.

Op de stroomatlas-kaartjes zie je de werkelijke richting per locatie — gebruik altijd de atlas, niet alleen een vuistregel.

Praktijk-toepassing

Planning voor een tocht:

  1. Bepaal de reistijd en het tijdstip onderweg
  2. Zoek voor elk deel van de route de stroomrichting en -snelheid op in de atlas
  3. Bereken per traject de bovenstroomse koers
  4. Controleer of de brandstof en tijd toereikend zijn bij tegenstroomse koers

Voordeel van meestroom:

  • Hogere snelheid over de grond met dezelfde motorinzet
  • Lagere brandstofkosten
  • Plan vaart met vloed mee voor kustvaart langs de Nederlandse kust

Bronnen

Gebaseerd op ANWB Stroomatlas Nederlandse kust en ANWB KVB2-cursusmateriaal over getijstroom en navigatie.

Oefen 4 vragen over Stroomatlas & bovenstroomse koers

Test wat je net hebt gelezen.

Start oefening