Stuurboord

KVB1Lichten & dagmerken

Zeilschepen

Lichten en dagmerken specifiek voor zeilvaart.

Een varend zeilschip 's nachts heeft één belangrijk verschil met een motorschip: geen toplicht. Dat is geen detail — het is dé manier om op afstand te zien dat het om een zeilschip gaat.

De kernregel: geen toplicht

Een zeilschip is een schip dat uitsluitend door zijn zeilen wordt voortbewogen (BPR art. 1.01 A.15°). Zodra het óók de motor gebruikt om vooruit te komen, telt het reglementair als een motorschip — niet meer als zeilschip.

Praktisch gevolg voor de verlichting: een echt zeilschip voert geen toplicht. Wel boordlichten, wel heklicht, maar dat witte wit op de mast hoort bij motorschepen.

Maak deze fout niet

Denken dat ieder schip met een mast 's nachts een toplicht voert. Een zeilschip — ook al heeft het de motor aanstaan voor accu-onderhoud — voert geen toplicht zolang het enkel door wind wordt voortbewogen.

Groot zeilschip — rood boven groen

Volgens art. 3.12 BPR voert een groot zeilschip (≥ 20 m) 's nachts:

  • Boordlichten (groen aan stuurboord, rood aan bakboord)
  • Een heklicht op het achterschip
  • Twee rondom schijnende lichten boven elkaar: bovenste rood, onderste groen

Die rood-boven-groen-combinatie is dé identificatie voor een groot zeilschip 's nachts — twee gekleurde rondom-lichten die je van alle kanten ziet, ongeacht of je vóór, naast of achter het schip vaart.

Maak deze fout niet

Rood-boven-groen lezen als een verkeerssituatie ("rood = stop, groen = ga"). Op een zeilschip is dit een vast herkenningsteken — geen instructie aan andere schepen.

Klein zeilschip — drie varianten

Een klein zeilschip (< 20 m) heeft volgens art. 3.13 lid 3 BPR de keuze uit drie configuraties:

Variant A — boordlichten + heklicht (klassiek)

Boordlichten aan of nabij de boeg (mogen in één lantaarn samen) + heklicht op het achterschip. De boordlichten mogen gewone (niet-heldere) lichten zijn.

Variant B — driekleurenlicht (compact)

Boordlichten en heklicht verenigd in één lantaarn aan of nabij de top van de mast. Dit is het bekende "driekleurenlicht" voor zeiljachten: rood/groen/wit in één unit. Handig voor zeilers omdat de lichten dan hoog zitten en goed zichtbaar zijn.

Variant C — onder de 7 meter: wit rondom + extra licht bij nadering

Klein zeilschip < 7 m mag volstaan met één wit rondom schijnend licht op zodanige hoogte dat het van alle zijden zichtbaar is. Bij gevaar voor aanvaring moet je dan een tweede wit licht tonen om de aandacht te trekken.

Maak deze fout niet

Het driekleurenlicht combineren met aparte boordlichten op de romp. Dat mag niet — kies één variant, niet allebei.

Zeil + motor tegelijk = motorschip

Dit is een van de meest geteste punten op het examen. Zodra een klein zeilschip onder zeil vaart én tegelijk de motor gebruikt voor voortstuwing:

  • 's Nachts: voert het de verlichting van een klein motorschip (toplicht, boordlichten, heklicht — zie Verlichting kleine schepen)
  • Overdag: moet het een zwarte kegel met de punt naar beneden voeren, zo hoog mogelijk op een goed zichtbare plaats

Deze kegel is hét overdag-teken voor "ik ben een zeilschip maar gebruik de motor mee".

Maak deze fout niet

Denken dat de kegel "facultatief" is omdat hij in de praktijk weinig wordt gevoerd. Het BPR vereist hem; dat in de praktijk veel zeilers hem vergeten verandert daar niets aan. Het examen toetst de wettelijke regel.

Overige dagmerken voor zeilschepen

Naast de kegel voor "onder motor + zeil" zijn er nog enkele dagtekens:

  • Stilliggend op anker (art. 3.20): zwarte bol op het voorschip
  • Beperkt manoeuvreerbaar (klein zeilschip dat niet ruim kan uitwijken, zeldzaam): apart geregeld
  • Visserij vanaf zeilschip: visserij-tekens overheersen — zie Bijzondere schepen

Hoe herken je een zeilschip 's nachts?

Snel-check als je iets ziet naderen:

  1. Geen wit toplicht boven boordlichten zichtbaar? → mogelijk een zeilschip
  2. Rood boven groen rondom zichtbaar (twee gekleurde lichten verticaal)? → groot zeilschip, met zekerheid
  3. Driekleurenlicht in masttop (één lantaarn waarin rood/groen/wit zitten samen)? → klein zeilschip variant B
  4. Wit licht plus boordlichten zonder duidelijk toplicht (lichten dicht bij elkaar)? → klein zeilschip variant A

Ben je niet zeker en zie je tóch een toplicht? → het is een motorschip (of een zeilschip dat ook zijn motor gebruikt).

Bronnen

Gebaseerd op BPR art. 3.12 (grote zeilschepen) en art. 3.13 lid 3–5 (kleine zeilschepen).

Oefen 2 vragen over Zeilschepen

Test wat je net hebt gelezen.

Start oefening