Stuurboord

KVB1Lichten & dagmerken

Motorschepen

Top-, zij- en heklichten voor motorvaartuigen.

Een varend motorschip moet 's nachts (en bij slecht zicht) duidelijk zichtbaar zijn voor andere schepen. Het BPR schrijft per scheepstype precies voor welke lichten waar moeten staan. Voor het examen telt vooral dat je een schip aan zijn lichten kunt herkennen — type, richting, en eventueel bijzondere status.

Kleine schepen

Voor de specifieke regels voor kleine motorschepen (< 20 m), zie het aparte topic Verlichting van kleine schepen. Dit topic richt zich op grote motorschepen.

De basisset voor een alleenvarend groot motorschip

Volgens art. 3.08 BPR voert een alleenvarend groot motorschip (≥ 20 m, of een schip dat reglementair als groot telt zoals een passagiersschip) 's nachts:

  • Een toplicht op het voorschip in de lengteas, op een hoogte van tenminste 5 m (bij schepen ≤ 40 m mag dit 4 m zijn)
  • Boordlichten op gelijke hoogte, in een lijn loodrecht op de lengteas, tenminste 1 m lager dan het toplicht, en niet meer dan 1 m binnen de buitenzijden van het schip
  • Een heklicht op het achterschip, zoveel mogelijk in de lengteas, hoog genoeg om voor een oploper zichtbaar te zijn

De boordlichten zijn altijd groen aan stuurboord en rood aan bakboord. Het toplicht is helder wit met een zichtbaarheidshoek vóór en opzij (geen rondom-schijnend licht, want dan is het geen toplicht meer). Het heklicht is helder wit maar alleen vanaf achteren zichtbaar.

Tweede toplicht — herkenningsteken voor groot

Een alleenvarend groot motorschip mag op het achterschip een tweede toplicht voeren, op een grotere hoogte dan het toplicht op het voorschip. In de praktijk doen vrijwel alle grote motorschepen dat — niet omdat het verplicht is, maar omdat:

  • Andere schepen kunnen daardoor de lengte van het schip beter inschatten (afstand tussen de toplichten)
  • De vaarrichting is duidelijker (twee witte lichten boven elkaar in plaats van één)

Maak deze fout niet

Twee toplichten boven elkaar interpreteren als "een speciaal teken". Op een alleenvarend groot motorschip is dit gewoon het standaardbeeld — geen bijzondere status.

Snel schip — twee gele flikkerlichten

Een snel schip (groot motorschip dat sneller dan 40 km/u kan; zie Snelle motorboot vs. snel schip) moet altijd, dag én nacht, naast de normale lichten ook voeren:

  • Twee gele krachtige rondom schijnende snelle flikkerlichten boven elkaar

Dit is een van de weinige uitzonderingen op de regel dat navigatieverlichting niet knippert. De boodschap aan andere schepen: "Ik ga zo hard, jullie moeten ruim baan geven."

Maak deze fout niet

Denken dat een snel schip voorrang heeft omdat het zo hard gaat. Het omgekeerde geldt: een snel schip moet aan alle andere schepen voorrang verlenen. De gele flikkerlichten zijn een waarschuwing, geen voorrangsbewijs.

Bijzondere extra tekens

Een aantal situaties vereist extra tekens, naast de basisset:

  • Geassisteerd worden (art. 3.08 lid 4): overdag een gele bol op het voorschip op ≥ 5 m hoogte
  • Bijzondere voorrang (art. 3.17): overdag een rode wimpel, 's nachts een rood en een wit licht boven elkaar
  • Onmanoeuvreerbaar (art. 3.18): overdag een rode bol; 's nachts een rood licht waarmee gezwaaid wordt
  • Gevaarlijke stoffen (art. 3.14): één, twee of drie blauwe rondom schijnende lichten boven elkaar
  • Stilliggend (art. 3.20): een wit rondom schijnend licht (ankerlicht)

Vissersschepen en schepen in bedrijf

Vissersschepen, mijnenopruimingsschepen, loodsboten en beperkt manoeuvreerbare schepen voeren elk hun eigen herkenningstekens (art. 3.34 t/m 3.37 BPR). Veel daarvan komen aan bod in het topic Bijzondere schepen.

Hoe herken je een groot motorschip op afstand?

Als je 's nachts een wit licht ziet naderen, doe dan deze check:

  1. Eén of twee witte lichten boven elkaar? Eén = klein motorschip of klein zeilschip-driekleurlicht. Twee = groot motorschip.
  2. Zie je daarbij rood of groen? Dan zie je een boordlicht — je weet aan welke kant het schip vaart.
  3. Zie je alleen wit? Dan zie je het schip in de kontstand (je kijkt naar het heklicht).
  4. Flikkerende gele lichten? Snel schip — geef extra ruimte.

Bronnen

Gebaseerd op BPR art. 3.08 (grote motorschepen) en art. 3.13 (kleine schepen).

Oefen 5 vragen over Motorschepen

Test wat je net hebt gelezen.

Start oefening